www.afasie-digitaal.nl

 

 

Train je brein

Inhoud Brein 5

1.Raar verhaaltje
2. Schakel
3.Wat past bij elkaar?
4.club-huis

antwoorden

Oefening1. Een raar verhaaltje.

Verbeter de woorden.
Schrijf de zinnen op en
lees daarna de tekst hardop
.

eD brouwvuur si rajig.

leN taag raah efliterenci.

reteP taag gillezeg eem.

eZ neveg raah loemben ne nee suk.

"taW nee imeoo rezon". knaD ej lew.

taW liwnel liejul nekrind.

fokfie fo heet?

naD si teh neve list twan

ez tene nee rekkel jekabeg.

aN nee ruutje gezt leN ew toemen un raan shui.

Skrats mokt ed olgopetids.

otT niesz en ebknadt.

antwoorden oefening 1

terug naar begin


Oefening 2. Schakel

Vul een woord in dat past bij de twee woorden.
Een voorbeeld:

g l i m l a c h
l a c h
b u i

r u g z - -
z - - m e s

a p p e l b - - -
b - - - s t a m

dom o - -
o - - b e l

s p e e l t - - -
t - - - m a n

st a m p p - -
p - - l o o d

b r o m f - - - -
f - - - - t a s

p e p e r b - -
b - - h a l t e

g o l f s - - -
s - - - room

b a n k p - -
p - - p o o r t

k u s h - - -
h - - - d o e k

k a a r s v - -
v - - v l e k

k a p s - - -
s - - - b r o o d

b e r g t - -
t - - t i e n

a s b - -
b - - f i e t s

b r o n w - - - -
w - - - - v a l

h o e k h - - -
h - - - a r t s

g o u d v - -
v - - n e t

s p ij k e r b - - - -
b - - - - z a k

o l ij f o - - -
o - - - b o l

t o r e n k - - -
k - - -
h u i s

s t a d h - - -
h - - -
v r o u w

t o n e e l s - - - - -
s - - - - - p l e i n

v e l d s - -
s - - o l i e

m o t o r f - - - -
f - - - - p a d

v o e t b - -
b - - p e n

h a n d s - - - - -
s - - - - - m a k e r

a ch t e r h - - - -
h - - - - d o e k j e

terug naar begin

antwoorden oefening2

 


Oefening 3.Wat past bij elkaar?

Welke twee woorden passen bij elkaar?
Zoek de twee juiste woorden.

voorbeeld: zon, klein, nacht, warm, koud
zon warm

1. peer, vacht, veren, schil, tros
2. bloem, been, arm, blaadjes, voet
3. koning, schuur, flat, hut, paleis
4. perzik, groente, korrel, pit, kruimel
5. gras, wit, paars, rood, groen
6. wolken, huis, grond, lucht, aarde
7. auto, wielen, vleugels, zeilen, zadel
8. huis, deksel, dop, muts, dak
9. jas, hakken, staart, zolen, mouwen
10. vaas planten, groente, schotel, bloemen

11. blaffen, poes, geit, hond, paard
12. kraaien, toren, walvis, hond, haan
13. blaten, kalf, veulen, schaap, kraai
14. schrijven, schroef, pen, huis, mok
15. zingen, kip, kalkoen, koe, lied
16. lachen, straf, grap, tas, gras
17. lezen, broek, boeket, boer, boek
18. zwemmen, lucht, water, schoenen, weiland
19. rekenen, letter, zin, cijfers, krant
20. slapen, bed, gordijn, kast, tafel

terug naar begin

antwoorden oefening3


Oefening 4. club-huis

Welke woorden eindigen op -huis?

Voorbeeld: club-huis

Weet u er nog meer?


antwoorden oefening4

*******************
Alle antwoorden van Brein5:

oefening 1. Een raar verhaaltje.

De buurvrouw is jarig.

Nel gaat haar feliciteren.

Peter gaat gezellig mee.

Ze geven haar bloemen en een kus.

"Wat een mooie rozen". Dank je wel

Dan is het even stil

want ze eten een lekker gebakje.

Na een uurtje zegt Nel we moeten nu naar huis.

Straks komt de logopedist.

Tot ziens en bedankt.

terug naar begin

antwoorden oefening 1

oefening 1. Een raar verhaaltje.

De buurvrouw is jarig.

Nel gaat haar feliciteren.

Peter gaat gezellig mee.

Ze geven haar bloemen en een kus.

"Wat een mooie rozen".

Dan is het even stil

want ze eten een lekker gebakje.

Na een uurtje zegt Nel we moeten naar huis.

Straks komt de logopedist.

Tot ziens en bedankt.

terug naar begin

88

oefening 2. schakel

antwoorden oefening2
antwoorden:
rug-zak-mes
appel-boom-stam
dom-oor-bel
speel-tuin-man
stamp-pot-lood
brom-fiets-tas

peper-bus-halte
golf-slag-room
bank-pas-poort
kus-hand-doek
kaars-vet-vlek
kap-stok-brood
berg-top-tien
as-bak-fiets
bron-water-val
hoek-huis-arts
goud-vis-net
spijker-broek-zak
olijf-olie-bol
toren-klok-huis
stad-huis-vrouw
toneel-school-plein
veld-sla-olie
motor-fiets-pad
voet-bal-pen
hand-schoen-maker
achter-hoofd-doekje

terug naar begin

Oefening 3 . Wat past bij elkaar?
antwoorden oefening3

antwoorden

peer-schil
bloem-blaadjes
koning-paleis
perzik-pit
gras-groen
wolken-licht
auto-wielen
huis-dak
jas-mouwen
vaas-bloemen

blaffen-hond
kraaien-haan
blaten-schaap
schrijven-pen
zingen-lied
lachen-grap
lezen-boek
zwemmen-water
rekenen-cijfers
slapen-bed

terug naar begin

antwoorden oefening4

antwoorden:

achterhuis, bejaardenhuis, bovenhuis,
benedenhuis, buurthuis, eethuis,
gemeentehuis, hoekhuis, huurhuis, koophuis,
klokhuis, pakhuis, poppenhuis, raadhuis, stadhuis,
ziekenhuis, verpleeghuis, woonhuis.

Weet u er nog eentje?

terug naar begin

 


 

antwoorden oefening4

 

terug naar begin