www.afasie-digitaal.nl

klik ook eens op:

dierengedichten

 


De Dapperstraat

Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,
Een heuvel met wat villaatjes ertegen.
Geef mij de grauwe, stedelijke wegen,
De in kaden vastgeklonken waterkant,
De wolken, nooit zo schoon dan als ze, omrand
Door zolderramen, langs de lucht bewegen.
Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hoge staat.
Dit heb ik bij mijzelf overdacht,
Verregend, op een miezerige morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.

J.C. Bloem
Verzamelde Gedichten
Copyright © 1965 Athenaeum – Polak & Van Gennep

****************************************************

De winter en mijn lief zijn heen

De winter en mijn lief zijn heen.
Er zit een merel op het dak,
zijn keel beweegt, zijn snavel beeft
alsof hij in zichzelve sprak.
Hij luistert: uit een verre boom
klinkt als het ketsen van twee stenen
een vonkenregen van verlangen
zo luid, zo helder en zo bang.
De merel stort zich met een kreet
vol wildheid in de voorjaarsvlagen.
Ik kan het bijna niet verdragen:
mijn voorjaar en mijn lief zijn heen.

M.Vasalis
Uit Vergezichten en Gezichten.
ISBN 9789028202009
*****************************************************

De Ceder
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
Gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.
Een binnenplaats meesmuilt ge, sintels, schillen,
En schimmel die een blinde muur aanrandt.
Er is geen boom, alleen een grauwe wand.
Hij is er, zeg ik, en mijn stem gaat trillen,
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant,
Gij kunt hem zien, gij schijnt het niet te willen.
Ik wijs naar buiten, waar zijn ranke, prille
Stam in het herfstlicht staat, onaangerand,
Niet te benaderen voor noodlots grillen,
Geen macht ter wereld kan het droombeeld drillen.
Ik heb een ceder in mijn tuin geplant.

H.G.Hoekstra
Uit Panopticum,
een bundel gedichten door
geschreven in de jaren 1940-1944

*********************************************************

Enkhuizen
Het carillon zingt helder door de regen,
de bleke regen van mijn vaderland,
en kleine grijze golven breken tegen
de lege schepen aan de waterkant,
en als het stil wordt nemen allerwegen
de oude dagen weder overhand:
hier hebben schepen uit den Oost gelegen,
het regent en de haven is verzand,
de lichte jaren zijn voorbij gevlogen,
nog wachten huizen in een smalle rij,
zij staren over zee met moede ogen:
de hoop laat niets, geen mens, geen ding, meer vrij,
zij wachten en wat zingt de hoop? Een logen,
want 't regent zacht en 't is voorgoed voorbij.

Eric van der Steen
Uit Controversen, 1938

**********************************************************

 

www.afasie-digitaal.nl
© Atie Köbben-van Vessem